|
Als kind begonnen met pianoles, maar het werd vervelend dat die nooit mee kon op vakantie. Dan maar blokfluitles erbij. Die kon tenminste wel mee in de tent en op reis. Maar in je eentje is daar weer niet zoveel aan. Nadat ik een maal de smaak van volksdansen te pakken had, werd het een kleine stap om daar ook de muziek van te gaan spelen. Met 6 accoorden op de gitaar kwam ik daar niet zover in, maar er stond thuis nog een, niet meer gebruikte, accordeon. Dat ging een stuk beter en paste ook goed bij de volksdansmuziek. Het eerste volksdansorkestje begon ik met wat studenten bij de studentenvolksdansgroep Terpsichore in Utrecht. Later bij de volksdansgroep Minka in Nieuwegein kroop het bloed weer waar het niet gaan kon. Al gauw waren medestanders gevonden en een orkestje gestart. Van daaruit werd ik gevraagd om A2 te komen versterken en dat heb ik met veel plezier een flink aantal jaren gedaan. Ook het begeleiden van Balkankoor Papucska kwam soms op m’n pad, als de vaste accordeoniste niet kon. En nu hoor ik bij de vaste musici van Balkankoor Ruka. Ook op m’n werk was er vaak behoefte aan muzikanten voor het begeleiden van toneelstukken, jaarfeesten en andere feesten. Nog altijd hoort de Adventstuin tot mijn favorieten. Daar moest ik wel Lier voor leren spelen, maar dat was de moeite waard. Ook kromhoorn en Choroifluit kwamen daar op m’n lijstje erbij. En natuurlijk zingen, zingen en nog veel meer zingen. Hoogtepunten waren de reizen naar Polen met Minka, meedoen met het festival in Nitra met vier andere muzikanten, het festival in Koscierzyna (Polen) met Garoon en naar de Europeade in Horsens (Denemarken) met Mie Katoen!
|